Een regenwatersysteem is geen ingewikkelde techniek. Het is een dak, een tank, een paar filters en een pomp, in de goede volgorde en met de goede maten. Veel daarvan kun je zelf doen. Maar er is één harde grens: alles wat het drinkwater kan raken, laat je over aan een erkende installateur.
Wat mag je zelf doen?
Zelf doen of laten doen
Onderdeel
Zelf?
Waarom
Dak, dakgoot, bladvanger, regenpijpen
Ja
Werk buiten, het raakt het drinkwater niet. Wees wel voorzichtig op een ladder.
Graven, tank plaatsen, water de bodem in laten zakken
Ja, met zorg
Je moet weten hoe hoog het grondwater staat en hoe je de grond weer aanvult. Doe een KLIC-melding. Zware delen vragen om een kraan.
Voorfilter, zuigslang, doorvoeren in de tank
Ja
Dit is de regenwaterkant. Goed zelf te doen en later ook zelf te onderhouden.
Pomp, drukvat en filters
Ja, tot aan de muur
Let op de elektra van 230 volt: werk zonder spanning, gebruik een aardlekschakelaar en een vaste, spatwaterdichte aansluiting.
Leiding naar toilet en wasmachine
Alleen bij volledig aparte leidingen
Een koppeling met de drinkwaterleiding mag nooit. Twijfel je? Laat het doen.
Bijvulling met drinkwater en de beveiliging tegen terugstromen
Nee
Dit is het veiligheidshart van de installatie; zie hoofdstuk 7. Laat dit aanleggen en opleveren door een erkende installateur.
Aan de slag
Geldt voor:Alle rollenKom en buitengebied
Werk deze stappen af. Sla er geen over. De volgorde is hetzelfde, of je het nu uitbesteedt of zelf bouwt.
Bepaal je situatie: je rol en de plek van je pand. Zie hoofdstuk 1.
Bepaal waar de overloop heen gaat. Doe dit op papier, vóór de eerste schep de grond in gaat. Zie de kom of het buitengebied.
Vraag offertes, of koop je materiaal. Bij uitbesteden: twee of drie offertes, zie de volgende vraag.
Bouw van buiten naar binnen: dak en goot, leidingen, tank en overloop, voorfilter, zuigleiding, pomp, filters.
Laat de drinkwaterkant aansluiten door een erkende installateur.
Test, markeer en leg alles vast. Zie Hoe test ik mijn systeem? Dien daarna de subsidiestukken op tijd in.
Bouw in stappen. Begin desnoods met dak, goot, tank en een kraan voor de tuin. Breid later uit naar toilet en wasmachine. Wie daar meteen rekening mee houdt bij het leggen van de leidingen, hoeft niet twee keer te graven.
Ja, en dat is vaak de verstandigste route. Voor huurders is het meestal zelfs de enige.
Zet een regenton of twee neer voor de tuin, met een bladvanger, een overloop en een kraan. Zet de ton op een stevige verhoging, zodat er een gieter onder past, en het liefst in de schaduw tegen algen. Haal tegels weg en zet er groen voor in de plaats. Koppel één regenpijp los van het riool, als het water veilig weg kan.
Deze stappen kosten weinig en werken meteen. En je leert er precies de dingen van die later belangrijk zijn. Hoeveel water levert je dak echt? Hoe snel wordt het voorfilter vuil? En waar gaat het water heen als de tank vol is?
Draait dat een seizoen goed? Dan kun je een pompje voor de tuin toevoegen. En daarna pas de stap naar binnen, met de drinkwaterkant door een installateur.
Geldt voor:HuiseigenaarAgrariërOndernemerSchool of verenigingVvEKom en buitengebied
15.000 liter is 15 kubieke meter. Dat is ongeveer een blok van 2,5 bij 2,5 bij 2,5 meter. Je hebt dus een flink stuk tuin nodig, plus ruimte voor de kraan en de vrachtwagen.
Denk ook aan later. Het deksel moet open kunnen voor controle en voor het weghalen van bezinksel. Zet er dus geen schuur, terras of boom bovenop.
Geldt voor:HuiseigenaarOndernemerAgrariërSchool of verenigingVvEKom en buitengebied
Ja, dat is het beste moment. De vloer is toch open, de tuin ligt toch overhoop en de aannemer staat er toch. Een tweede leidingnet voor het toilet en de wasmachine kost dan een fractie van wat het later kost.
Wil je nog niet meteen alles? Leg dan alvast de lege leidingen en een doorvoer naar de tuin. Zo kun je later aansluiten zonder hak- en breekwerk.
Reken je opbrengst uit met het platte oppervlak van het dak, dus niet met de schuine lengte. De som is: oppervlak × jaarlijkse regen × 0,9. Bij 100 m² en 800 mm kom je op ongeveer 72 m³ per jaar.
Sluit het liefst eerst het grootste en schoonste dakvlak aan. Een klein dakvlak kun je later altijd nog toevoegen.
Of je dakmateriaal geschikt is, lees je in hoofdstuk 7. Van een asbestdak vang je geen water op.
De goot moet passen bij het dak dat erop afwatert. Is de goot te klein, dan stroomt het water bij een hoosbui over de rand. Juist op dat moment vang je dan niets op.
Kijk vóórdat je verder bouwt of de goot goed afloopt, of de naden niet lekken en of de beugels nog recht zitten. Een goot repareren is veel makkelijker als er nog geen tank aan hangt.
Zet er een bladvanger of rooster op, zeker onder bomen. Al het blad dat je hier tegenhoudt, hoef je later niet uit je filter of tank te halen. Dit is de goedkoopste manier om jezelf onderhoud te besparen.
Voor de meeste daken zijn regenpijpen van 80 mm genoeg. Voor de leiding onder de grond naar de tank gebruik je zwaarder en dikker materiaal.
Belangrijker dan de maat zijn drie dingen. De leiding moet overal aflopen richting de tank. Gebruik zo min mogelijk scherpe bochten. En zorg dat je er overal bij kunt om te controleren of door te spuiten. Een leiding onder de grond die je nergens kunt bereiken, is een verstopping die je later niet kunt oplossen.
Leg de leiding diep genoeg tegen vorst. Vul de sleuf in laagjes aan en stamp die goed aan. Zakt de leiding later weg, dan loopt hij de verkeerde kant op en blijft er water in staan.
De opslag is het hart van het systeem en meteen de grootste kostenpost. Hoe groot hij moet zijn, staat in hoofdstuk 6. Hier gaat het over het soort tank.
Boven de grond is het goedkoopst en het makkelijkst te onderhouden. Maar het water wordt warm, er komt licht bij waardoor er algen groeien, en in de winter moet je het aftappen.
Onder de grond blijft het water koel en donker, en je houdt je tuin vrij. Maar je moet graven, het deksel moet goed dicht en je moet er later nog bij kunnen.
Een bestaande put, kelder of oude mestkelder kan een prima en goedkope oplossing zijn. Maar alleen als je zeker weet dat hij waterdicht is, niet vervuild is en veilig afgesloten kan worden.
Let bij een tank onder de grond op opdrijven: een lege kunststof tank komt omhoog als het grondwater hoog staat. Laat hem daarom vastzetten, bijvoorbeeld op een betonplaat. Zorg altijd voor een kindveilig deksel. En ga nooit zelf een tank in.
De zuigslang zie je niet meer zodra alles ligt. Toch veroorzaakt hij veel storingen.
Gebruik een slang die niet kan knikken en niet kan invouwen als de pomp zuigt. Houd de slang zo kort mogelijk en het hoogteverschil zo klein mogelijk. En zorg dat alle koppelingen luchtdicht zijn. Soms komt er geen water uit een lek, maar gaat er wel lucht in. Dat is de klassieke oorzaak van een pomp die draait zonder water te geven.
Hang er een drijvend zuigkorfje aan met een voetklep. Die klep houdt het water in de slang als de pomp stilstaat. Het korfje haalt water net onder het oppervlak weg: boven het vuil op de bodem en onder de drijflaag. Zorg dat je het korfje kunt ophalen om schoon te maken, zonder de tank in te gaan.
Hier begint het echte filteren. Hier maak je het verschil. Tussen een systeem dat je twee keer per jaar even nakijkt, en een systeem waar je steeds mee bezig bent.
Het principe is: van grof naar fijn. Eerst de bladvanger in de goot. Dan een voorfilter vóór de tank. Pas daarna het fijne filter na de pomp.
Laat het water rustig onder in de tank stromen, zodat het vuil op de bodem niet omhoog komt. Overweeg ook een voorziening die de eerste, vuilste stroom van het dak wegleidt.
Zet het voorfilter op een plek waar je zonder gereedschap en zonder graven bij kunt. Een filter waar je moeilijk bij kunt, maak je niet schoon.
Dat hangt af van waarvoor je het water gebruikt. Hier doen zelfbouwers vaak te veel of juist te weinig.
Voor het toilet is weinig filtering genoeg. Voor de wasmachine wil je een fijnere stap, zodat er geen deeltjes in de machine komen. Zet de grofste filter eerst en de fijnste als laatste. Dan gaat de fijnste het langst mee.
Zet de filterhuizen achter elkaar op een goed bereikbare plek, met ruimte eronder om de kom te laten zakken. Zet vóór en na de filters een kraan, en het liefst ook een drukmeter. Minder druk is namelijk je belangrijkste signaal dat een filter vol zit.
Kies niet meer filterstappen dan nodig. Elke stap kost druk, kost geld aan nieuwe patronen en laat de pomp harder werken. En let op: filteren maakt van regenwater geen drinkwater.
Je kiest tussen twee soorten. Een pomp buiten de tank zuigt het water op en is makkelijk te bereiken voor onderhoud. Een dompelpomp staat in de tank, is stiller en zuigt geen lucht aan, maar je komt er lastiger bij. Allebei werken goed. Kijk vooral of je er later nog bij kunt.
Kies een pomp die de druk en de hoeveelheid water levert die je nodig hebt. Tel daar de druk bij op die je filters kosten. Een te zware pomp slaat steeds aan en uit en slijt snel. Een te lichte pomp krijgt het water niet op de bovenverdieping.
Zorg in elk geval voor een droogloopbeveiliging. Zonder die beveiliging brandt de pomp door zodra de tank leeg is. Neem ook een drukvat, of een pomp die zelf de druk regelt.
Zet de pomp vorstvrij neer, op een plek waar trillingen niet doorklinken, en niet tegen een slaapkamermuur. Ook een stille pomp hoor je 's nachts. Laat de elektra doen door een vakman als je daar niet zeker over bent.
Loop deze punten na vóórdat je de sleuven dichtgooit:
Vul de tank tot over de rand. Gebruik je een tuinslang? Laat die dan boven het water hangen, nooit erin; zie bijvullen. Kijk of de overloop het water echt en vrij afvoert naar de plek die je bedacht had.
Laat de pomp draaien. Let op lekkages, op lucht en op een pomp die steeds aan en uit gaat. Noteer de druk bij schone filters, zodat je later weet wat normaal is.
Test de droogloopbeveiliging door de zuigslang even boven water te halen.
Controleer samen met de installateur of de bijvulling werkt met een zichtbare, vrije val. En of er nergens een verbinding met de drinkwaterleiding is.
Markeer alle regenwaterleidingen en kranen duidelijk met geen drinkwater; zie hoofdstuk 7.
Maak foto's van het open werk en teken op waar alles ligt.
Bouw je zelf, dan ben je ook je eigen dossier. Je hebt dat later op drie momenten nodig. Bij de subsidie. Bij een schadeclaim. En bij verkoop of oplevering aan de verhuurder.
Leg dit vast:
een schets of tekening met de plek van tank, leidingen en overloop;
foto's van vóór, tijdens en na het werk;
een lijst van wat je hebt gebruikt: tank, pomp, filters en kleppen;
de facturen;
een verklaring van de installateur over de drinkwaterkant;
Ja. Wat je zelf aanlegt, is volledig je eigen risico. Er is geen installateur op wie je kunt terugvallen. De algemene regels staan in hoofdstuk 8.
Doe daarom twee dingen. Meld de installatie bij je verzekeraar en vraag of zelf aangelegde onderdelen zijn meeverzekerd. En blijf van de drinkwaterkant af.
Raakt het water in de straat vervuild door een fout bij jou? Dan kunnen de kosten van onderzoek, spoelen en herstel op jou worden verhaald. Dat risico weegt niet op tegen het uurtje installateur dat je uitspaart.
De schaal: grote stal- en loodsdaken leveren zoveel water dat de overloop en de aanvoerleidingen veel ruimer moeten zijn dan bij een woning.
De stromen: houd schoon dakwater streng gescheiden van erfwater; zie hoofdstuk 7.
De gebruikers: op een bedrijf komen ook anderen bij de kranen. Markering en een korte werkinstructie zijn hier dus geen formaliteit.
Let ook op de eisen van je kwaliteitssysteem of certificering. Die kunnen strenger zijn dan de wet, zeker als het water in de buurt van dieren of producten komt. Voor agrarische bedrijven bestaat bovendien een apart waterwerkblad.
Eisen aan de aansluiting op de drinkwaterinstallatie: InfoDWI: Waterwerkbladen, waaronder WB 1.4 A voor agrarische bedrijven
Geen vragen gevonden voor deze combinatie. Kies een andere rol of plek, of wis de filters.
Gebaseerd op de vragenlijst van de gemeente Montferland, versie 1.6 (september 2026). De antwoorden zijn algemeen en vervangen geen advies van een installateur of het drinkwaterbedrijf, en geen besluit van de gemeente.